De rol van de lokale ouderenconsulent onder de loep

Werking ouderenraden
Drie vrouwen en een man zitten aan een tafel

In heel wat gemeenten volgt een geëngageerde ambtenaar het lokaal ouderenbeleid op. Ook al verschillen de functietitel en het takenpakket van deze gemeentelijke krachten over gemeentegrenzen heen, allen zijn ze onmisbare schakels in het lokaal ouderenbeleid. Wij brachten drie enthousiaste ambtenaren samen. Maak kennis met Tina, Sofie en Sara!
 

Tina Tina: “Officieel ben ik de ‘coördinator leeftijdsvriendelijke en toegankelijke stad’. Die titel benadrukt dat de stad Mechelen inzet op alle thema’s van de leeftijdsvriendelijke gemeente. We doen veel meer dan enkel zorg coördineren of vrijetijdsactiviteiten organiseren. Al geef ik eerlijk toe dat ik mezelf soms ook voorstel als seniorenconsulent. Voor buitenstaanders is die titel duidelijker.”
Sofie Sofie: “Mijn functie wordt omschreven als ‘deskundige inclusie’ in Nazareth. Die titel geeft aan dat ik mij niet enkel toeleg op zaken die ouderen aanbelangen, maar een brede inclusieve kijk hanteer over doelgroepen en beleidsdomeinen heen.”
Sara Sara: “In Sint-Niklaas spreken we over een ‘adviseur seniorenwerking’ om duidelijk te maken dat mijn focus op beleidswerk ligt. De titel ‘seniorenconsulent’ zal ik niet snel in de mond nemen. Vroeger bestond er een officiële opleiding tot seniorenconsulent, ik zou niet de indruk willen geven dat ik die opleiding zelf gevolgd heb.”

 

We schotelden hen enkele stellingen voor. Wat volgde was een boeiend gesprek waarin heel wat overeenkomsten naar boven kwamen.

In mijn job moet ik van alle markten thuis zijn.

Tina: “In Mechelen vertrekken we vanuit het concept leeftijdsvriendelijke gemeente. Dat betekent dat ik in aanraking kom met heel wat verschillende thema’s: mobiliteit, sociale cohesie, communicatie, … van alles wat.”

Sara: “We proberen alle thema’s te bekijken vanuit het perspectief van ouderen. Ik merk dat meer en meer collega’s zich bewust worden van het belang van dat perspectief. Op zoek naar handvatten om het mee te nemen in hun werking, kloppen ze vaak bij mij aan. Daardoor verbreden de thema’s waarmee ik in aanraking kom steeds meer. Dat mijn job volledig binnen het welzijnsdomein zou vallen, is een misvatting."

Sofie: “Inderdaad. Ik herken mij ook in de drie rollen die uit de enquête van de Vlaamse Ouderenraad naar voren kwamen: beleidsmedewerker, verbindingspersoon en secretaris. Al bestaat een vast takenpakket in onze functie eigenlijk niet. Ik merk dat ik vaak moet inspelen op wat er op mij afkomt. Zo gaat mijn aandacht momenteel vooral naar ‘Nazareth helpt’, een initiatief dat werd opgestart naar aanleiding van de coronamaatregelen.”

Sara: “Ik pik zeker ook op heel wat zaken in, maar ik merk wel dat een aantal taken en thema’s steeds terugkomen. De lokale ouderenraad ondersteunen bijvoorbeeld, bouwen aan een netwerk of collega’s bewust maken van de noden van ouderen. Het is misschien een vaag takenpakket, maar er is wel een zekere aflijning.”

Tina: “Zelf zoek ik steeds een evenwicht tussen inpikken op wat er op mij afkomt en proactief aandacht vragen voor bepaalde zaken. Voor dat laatste put ik uit het Mechelse ouderenbehoefteonderzoek en het memorandum van de lokale ouderenraad. Op het vlak van sociale cohesie, mobiliteit, huisvesting en toegankelijkheid blijken er nog heel wat uitdagingen te zijn, dus daar ga ik mee aan de slag. Zoals bijvoorbeeld het feit dat de stad mobiliteit aanduidde als een speerpunt in haar beleidsplan. Ik pik daar spontaan op in door met de anderen in gesprek te gaan over de knelpunten en aandachtspunten met betrekking tot ouderen.”

Een breed netwerk van partners is onmisbaar.

Tina: “Zeker en vast. Ik zei daarnet al dat ik van alle markten thuis moet zijn, maar nog belangrijker is dat ik een netwerk uitbouw van partners die kennis van zaken hebben. Dat kunnen collega’s van de dienst mobiliteit zijn, maar ook woonzorgcentra.”

Sofie: “Ik denk nog aan de ouderenverenigingen, de maatschappelijk werkers in het Sociaal Huis, de schepen van ouderenbeleid, de lokale ouderenraad en andere adviesraden, … Dat zijn allemaal waardevolle contacten.”

Sara: “Die contacten en partners zijn nodig om onze regierol naar behoren te vervullen. Ik kan wel zelf iets organiseren, maar vaker breng ik relevante partners samen om te kijken wat er mogelijk is als we de krachten bundelen. Op die manier kom je veel verder en zijn de ondernomen acties ook meer gedragen. Je moet wel investeren in die regierol. Om een connectie te maken met de verschillende groepen assistentiewoningen in de stad bijvoorbeeld, hebben we die allemaal bezocht en er infosessies georganiseerd. Dat was tijdsintensief, maar de contacten die ik toen gelegd heb zijn goud waard.”

Tina: “Ik zie ons als een spin in een web. We proberen linken te leggen met iedereen en verbindingen te creëren. Dat gaat heel breed. Ik hoef zelf niet over alle kennis te beschikken, maar ik moet wel weten hoe ik mensen met elkaar in contact kan brengen. Door uitwisseling met collega’s uit andere gemeenten heb ik wel al geleerd dat onze rol op heel veel manieren ingevuld kan worden. In Mechelen kan ik mijn functie op een heel toffe manier aanpakken, maar ik kan mij voorstellen dat de omstandigheden soms minder gunstig zijn. In kleinere gemeentes bijvoorbeeld krijg je zo veel op je bord. Door de kleinere schaalgrootte moet je zelf heel wat meer praktische taken opnemen.”

Tina: “Ik zie ons als een spin in een web. We proberen linken te leggen met iedereen en verbindingen te creëren."

Ik ben een belangrijke spil in het lokaal ouderenbeleid.

Sofie: “Ik ben vaak het eerste aanspreekpunt voor ouderen in Nazareth. Met vragen of problemen kunnen ze bij mij terecht. Doordat al die zaken bij mij terecht komen, ben ik een soort doorgeefluik. Ik weet wat er leeft bij ouderen en ik ben op de hoogte van het beleidsproces in de gemeente. Ik probeer een goede wisselwerking tot stand te brengen tussen de inwoners en het bestuur. Dat is volgens mij noodzakelijk voor een goed lokaal ouderenbeleid.”

Tina: “Ik neem vooral een beleidsvoorbereidende rol op. Dat blijkt ook heel duidelijk uit het bestuursakkoord. Daarin zijn verschillende punten te herkennen uit het memorandum van de lokale ouderenraad en het memorandum dat we met medewerkers van de stad opstelden. Dat is fijn, daar kan ik nu op verder werken.”

Sofie: “Dat hoeft ook niet altijd via officiële en formele kanalen te lopen. Als iemand met een rolstoel mij vertelt dat er een stoepbord op het voetpad geplaatst is dat de doorgang belemmert, kan ik dat snel doorspelen naar een collega die dat kan oplossen. Uit je contacten met verenigingen, bezoekers van het Sociaal Huis, zorgverleners, … vang je heel veel op dat je kan signaleren.”

Sara: “Soms bots je op structurele problemen die je niet in één, twee, drie kunt oplossen. Als iemand zich niet meer met de fiets kan verplaatsen en zich niet sterk genoeg meer voelt voor het openbaar vervoer, dan kan ik die enkel doorverwijzen naar het mindermobielenvervoer. Terwijl ik merk dat dit ook lang niet altijd de ideale oplossing is, maar het is moeilijk om dat op het lokale niveau aan te pakken. Lokaal werken is fijn omdat je zo dicht bij de mensen staat, maar je hebt niet veel slagkracht op het vlak van zaken die op hogere bestuursniveaus geregeld worden.”

Sara: "Lokaal werken is fijn omdat je zo dicht bij de mensen staat, maar je hebt niet veel slagkracht op het vlak van zaken die op hogere bestuursniveaus geregeld worden.”

Sofie: “Soms moet ik ook mensen teleurstellen. Dan kan ik enkel aangeven dat ik het doorgegeven heb, maar dat ik niet meer kan doen.”

Tina: “In zo’n situaties is communicatie erg belangrijk. Dan koppel ik terug en leg ik uit waarom iets niet kan.”

Sofie: “Gelukkig zijn er vooral positieve voorbeelden. Zo hebben we een ouderengids uitgebracht, omdat we merkten dat de informatie op de website de oudere inwoners onvoldoende bereikte. Of het Pluscafé is ook een tof voorbeeld, dat is ontstaan omdat er nood was aan een laagdrempelige ontmoetingsplek.”

De beleidslijnen die het gemeentebestuur uitzet probeer ik te verzoenen met de verwachtingen van de oudere inwoners.

Sofie: “Verzoenen klinkt zo negatief, zo zie ik het niet. Natuurlijk zijn er soms andere meningen en kan het beleid niet op alles ingaan. Maar over het algemeen vind ik wel dat het gemeentebestuur steeds zijn best doet om zo veel mogelijk tegemoet te komen aan vragen van inwoners. Die twee partijen staan zeker niet lijnrecht tegenover elkaar.”

Tina: “Daar ga ik mee akkoord. Er is altijd ruimte voor een goed gesprek en je hebt altijd mogelijkheden om die aandacht voor ouderen en hun prioriteiten kenbaar te maken aan het gemeentebestuur. In het Mechelse bestuursakkoord was er bijvoorbeeld maar beperkt aandacht voor toegankelijkheid, maar toch is er recent een toegankelijkheidsambtenaar aangeworven. Aangezien toegankelijkheid voor verschillende lokale adviesraden een heel belangrijk thema is hebben we dat opnieuw aangekaart, met succes. De stad schuift natuurlijk ook bepaalde beleidsprioriteiten naar voren en daar kun je ook mee aan de slag. Ik focus nu op mobiliteit aangezien dat een speerpunt van het bestuur is. Dan weet je op voorhand al dat je meer kans zal hebben om iets te realiseren.”

Sofie: “Veel hangt af van de mensen waarmee je moet samenwerken. Maar als dat meezit, is er heel veel mogelijk. Ik merk dat het bestuur in Nazareth zelf op zoek is naar wat de inwoners denken. Via de enquête ‘Zegget ne keer’ kreeg iedereen inspraak in het nieuwe meerjarenplan. Het was in feite een online-enquête, maar om iedereen de kans te geven om deel te nemen hebben we de enquête ook op papier verspreid. Iedereen die nood had aan extra ondersteuning bij het invullen, kon een afspraak maken bij mij. Op die manier hebben we heel wat ouderen kunnen bereiken.”

De lokale ouderenraad is een belangrijke partner.

Sofie: “Zeker en vast. In Nazareth verloopt de samenwerking echt goed. De lokale ouderenraad is de ideale partner om het beleid werkelijk vanuit het oogpunt van ouderen te kunnen bekijken. En dat doen ze met verve. Nu werken ze bijvoorbeeld aan een advies over het meerjarenplan van de gemeente.”

Sara: “Binnen de lokale ouderenraad neem ik de secretarisfunctie op, maar ik doe in feite meer dan enkel de praktische en administratieve taken. Ik merk dat de ouderenraad ook mijn inhoudelijke input waardeert. Zij nemen natuurlijk alle beslissingen, maar ik mag wel mee nadenken over hoe ze bepaalde zaken kunnen aanpakken. Bij de opstelling van het memorandum bijvoorbeeld heb ik het idee geopperd om te vertrekken van de domeinen van de leeftijdsvriendelijke gemeente. De gemeente werkt ook met dat kader, dus dan sluit dat mooi op elkaar aan.”

Tina: “In Mechelen is de lokale ouderenraad recent hervormd. Hij staat open voor iedereen. Vijf keer per jaar komen de leden samen. Verder werken ze met verschillende teams, bijvoorbeeld team adviezen, team verenigingen, team communicatie en team activiteiten. De lokale ouderenraad is niet enkel op praktisch vlak een belangrijke aanvulling. Het is een plek waar heel wat aandachtspunten gesignaleerd worden en waar doordachte en gedragen adviezen geformuleerd kunnen worden.”

Sara: “Ook ik pik veel op tijdens de vergaderingen van de lokale ouderenraad. Een tijdje terug bleek bijvoorbeeld dat het nieuwe afvalophaalsysteem verwarring met zich meebracht. Op vraag van de ouderenraad hebben we een infosessie georganiseerd, wat heel wat zaken opgehelderd heeft.”

De nieuwe decreten lokaal bestuur en lokaal sociaal beleid hebben een invloed op mijn functie.

Tina: “We komen ook met heel wat andere decreten in aanraking. Het woonzorgdecreet, het decreet op sociaal-cultureel werk, het decreet basisbereikbaarheid, … In feite zou ik zowat alle decreten kunnen aanhalen.”

Sofie: “Wat Tina zegt is zeker waar. Ik merk dat de decreten lokaal bestuur en lokaal sociaal beleid kruisbestuiving in de hand werken. Het Sociaal Huis en het gemeentehuis zijn geen aparte instellingen meer. Vroeger was er weinig uitwisseling, iedereen zat op zijn eigen eilandje en wou zijn functie zo goed mogelijk uitvoeren. Door de nieuwe decreten wordt er meer gecommuniceerd en dat creëert kansen. Zo wou de lokale ouderenraad een knelpuntenwandeling organiseren, maar was ik ook op de hoogte van een gelijkaardig idee van de collega’s van de milieukernraad. In plaats van elk zijn eigen ding te doen, is er een gezamenlijke werkgroep opgericht om een knelpuntenwandeling te organiseren die open staat voor alle geïnteresseerde inwoners.

Sofie: "Door de nieuwe decreten wordt er meer gecommuniceerd en dat creëert kansen."

Sara: “In Sint-Niklaas waren die twee decreten de aanleiding om onze werking volledig te evalueren. We onderzoeken momenteel hoe we nog meer kunnen inzetten op die regierol in het kader van een leeftijdsvriendelijk beleid. Er zitten dus zeker nog veranderingen aan te komen.”

 

De Vlaamse Ouderenraad en VVSG verspreidden een enquête onder ambtenaren en lokale ouderenraden. Uit deze bevraging trokken we enkele interessante conclusies.

Plaats een reactie

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.