De kracht van lokale burgerparticipatie

Andere
burgers in gesprek

Inspraak en burgerparticipatie komen het lokaal beleid ten goede, daar zijn we bij de Vlaamse Ouderenraad zeker van. Daarom blijven we overtuigd inzetten op de ondersteuning van lokale ouderenraden. Ook veel gemeenten denken momenteel na over de plaats die ze inspraak en participatie de komende jaren willen geven. Vaak leggen ze hun oor daarbij te luister bij VVSG, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Benieuwd naar hun visie gingen we in gesprek met VVSG-medewerkers Joke Vanreppelen en Iris De Mol: hoe kijken zij naar de kracht van lokale burgerparticipatie?

Een goed lokaal participatiebeleid, wat betekent dat voor jullie?
Joke: Een universele checklist bestaat niet. Wat vooral belangrijk is, is dat het participatiebeleid afgestemd is op de lokale context. Gaat het om een stedelijke of landelijke gemeente? Zijn er veel verenigingen? Hoe is de bevolking samengesteld? Stuk voor stuk factoren die meespelen. Je moet ook rekening houden met de lokale bestuurlijke tradities. Zijn er adviesraden? Is de afstand tussen de burger en het lokaal bestuur groot of net heel klein? Daarnaast vind ik het een meerwaarde als een lokaal participatiebeleid het mogelijk maakt om het volledige palet aan participatievormen te benutten. Je hoeft niet te vertrouwen op slechts één methode. Integendeel, je kan heel veel combineren. Zo kan je beroep doen op de adviesraden in de gemeente en aanvullend gesprekstafels organiseren, de inwoners informeren via het gemeentelijk magazine, online participatietrajecten opzetten, … Door te combineren kunnen de sterktes van de verschillende kanalen elkaar aanvullen. Je moet ook durven experimenteren. Uit het verkennen van nieuwe methodieken kun je heel wat lessen trekken en zo bouw je kennis op.

Iris: Aandacht voor de wisselwerking tussen het lokaal bestuur en de inwoners is ook heel belangrijk. Het is een foute, maar hardnekkige, veronderstelling dat de overheid eerst het licht op groen moet zetten voor je als burger mag participeren. Ook als burger kan je initiatiefnemer zijn. De tijd dat het lokaal bestuur met de wimpel zwaaide en dirigeerde hoe participatie kan en mag verlopen, ligt al even achter ons.

Joke: Inderdaad. Ik wil lokale besturen zo veel mogelijk aanmoedigen om gebruik te maken van de expertise die aanwezig is onder de burgers. Zowel wanneer het initiatief er komt op vraag van de gemeente of spontaan vanuit de inwoners. Ik denk bijvoorbeeld aan een gemeente waar burgers op eigen initiatief een plan uitwerkten voor de heraanleg van een wijk. Daar waren onder meer architecten en een verkeersdeskundige bij betrokken. Dat plan was zo goed uitgewerkt dat de dienst ruimtelijke ordening er graag verder mee aan de slag ging. Naast inhoudelijke experten, zijn er vast en zeker ook burgers die graag mee nadenken over de organisatie van participatie. De gemeente Huldenberg betrok bijvoorbeeld enkele inwoners die geloot werden uit de bevolking, bij het vormgeven van het gemeentelijke participatiereglement.

Wanneer beschouwen jullie een participatief proces als geslaagd?
Joke: Het is vooral belangrijk dat je achteraf kunt zeggen dat het uiteindelijke resultaat nooit gerealiseerd was zonder de inbreng en betrokkenheid van de verschillende partners. Ik hoop wel dat we meer en meer tot echte cocreatie en coproductie zullen komen. Dat is voor veel lokale besturen nog niet zo vanzelfsprekend. Het betekent immers dat ze beslissingsmacht, en niet onbelangrijk, ook middelen moeten afgeven. Dat blijft moeilijk voor een overheid, ze houden nog steeds graag de touwtjes in handen. Je moet ook aanvaarden dat participatie soms een rem kan zetten op het beleidsproces. Het betrekken van inwoners vraagt tijd, zeker als je ook kwetsbare inwoners wil bereiken. Er moet vertrouwen groeien tussen het lokaal bestuur en de burgers. En het lokaal bestuur heeft ook tijd nodig om expertise op te bouwen. Maar als je dan tot een gedragen resultaat komt, er sprake is van eigenaarschap bij de inwoners en de betrokkenen er samen hun schouders onder willen zetten, dan is die tijdsinvestering het meer dan waard en kunnen we zeker en vast spreken van een geslaagd proces.

Neemt de aandacht voor lokale burgerparticipatie toe?
Iris: Er zijn inderdaad allerlei zaken aan het gebeuren. Lokale besturen staan meer open voor participatie, maar ook burgers dringen er steeds meer op aan. Ik zie mooie wisselwerkingen ontstaan en geloof dat we een sneeuwbaleffect zullen zien. Het begint misschien heel klein. Een eerste keer experimenteren met inspraak bij de heraanleg van een straat bijvoorbeeld. Daaruit kan een gemeente leren en verder bouwen. Er zullen natuurlijk altijd voortrekkers en achterblijvers zijn. Maar die omwenteling, die hou je niet meer tegen.

  "Door te combineren kunnen de sterktes van verschillende kanalen elkaar aanvullen."

Joke: Het is mooi om te zien hoe dat idee van burgerparticipatie overal ingang vindt. Bij burgers en politici, maar ook bij ambtenaren. In sommige gemeenten nemen zij echt een trekkende rol op en krijgen ze veel vrijheid om te experimenteren. Er is veel enthousiasme en er zijn heel wat creatieve ideeën. Ik merk wel dat de termen cocreatie en -productie soms al te makkelijk in de mond genomen worden. Als je spreekt over cocreatie, dan moet de beslissingsmacht echt gedeeld worden tussen alle partners. Dat is niet het geval als je als overheid een inspraakronde organiseert, maar uiteindelijk toch zelf de knopen doorhakt. Echt cocreatief aan de slag gaan, vraagt een andere mindset. Begrijp mij niet verkeerd, ik blijf ervan overtuigd dat elk participatief proces zijn waarde heeft. Maar het is ook belangrijk om goed in te schatten op welk participatieniveau je bezig bent. Pas dan kun je bekijken wat een volgende stap kan zijn en welke consequenties die stap met zich meebrengt. Ook op communicatief vlak is het van belang om alles juist te benoemen. We zitten momenteel met een allegaartje aan woordenschat waardoor we elkaar steeds moeilijker verstaan.

In heel wat gemeenten bestaan al sinds jaar en dag inspraakkanalen, de lokale adviesraden. Als Vlaamse Ouderenraad geloven we dat deze kanalen structurele participatiekansen in zich dragen. Welke rol kunnen zij volgens jullie vervullen?
Joke: Hoewel er op dit moment decretaal niet veel verplichtingen meer zijn op het vlak van adviesraden, zie je dat deze raden in de meeste gemeenten gewoon blijven bestaan. Sommige gemeenten zoeken wel naar complementaire kanalen die naast of samen met de adviesraden kunnen functioneren. Andere gemeenten proberen een frisse wind te laten waaien door te experimenteren met open vergaderingen, waarbij alle geïnteresseerden welkom zijn. Of door de adviesraden meer te betrekken bij het uitvoeren van het beleid. Ik denk dat het goed is om de mogelijkheden tot inspraak open te trekken. Die eerder categoriale en doelgroepgerichte manier van werken heeft zeker zijn waarde, maar de thema’s die nu aan de oppervlakte komen, die raken aan alles en iedereen. Denk maar aan de corona- en de klimaatcrisis. Om een antwoord te vinden op die complexe vraagstukken is er nood aan kanalen die transversaal en integraal kunnen werken.

Iris: We moeten niet kiezen tussen de meer traditionele kanalen en de nieuwe initiatieven. Nee, wat mij betreft gaat het om een en-en- verhaal. Verschillende vormen van participatie kunnen perfect naast elkaar bestaan en kunnen elkaar bovendien versterken. Ik ben ervan overtuigd dat nieuwe initiatieven ook voor de traditionele kanalen opportuniteiten met zich mee kunnen brengen. Lokale adviesraden moeten zich dus zeker niet bedreigd voelen in hun rol. Ik denk dat het niet de ambitie is van lokale besturen om de stem van de burgers opzij te schuiven. Integendeel, ze willen die net versterken. De structuren evolueren misschien wel, maar de stem van de burger blijft weerklinken.
 
Joke: Die brug slaan tussen traditionele inspraakkanalen en nieuwe initiatieven kan wel een uitdaging zijn. Het is de moeite waard om die uitdaging aan te gaan, want de expertise en ervaring die aanwezig is in de bestaande kanalen mag niet verloren gaan. Misschien kunnen burgers die actief zijn in een adviesraad ingezet worden als participatie-experten in de gemeente? Zij kunnen dan gesprekstafels begeleiden of linken leggen met moeilijker te bereiken doelgroepen. Een adviesraad is een waardevol kanaal, maar het draait uiteindelijk vooral om de mensen die erin actief zijn en de rol die zij kunnen vervullen in de gemeente.

"Als je tot een gedragen resultaat komt, en er sprake is van eigenaarschap bij de inwoners, dan is het de tijdsinvestering meer dan waard."

Er werpen zich ook enkele commerciële partners op die lokaal participatieve trajecten willen organiseren. Welke rol is er voor hen weggelegd?
Joke: Dat is dubbel. Sommige gemeenten stellen bijvoorbeeld zelf al één of meerdere ambtenaren aan die op participatie focussen. Als zo’n gemeente een bedrijf inhuurt, dan doen ze dat heel doordacht. Doordat er in de gemeente al zo veel ervaring en expertise aanwezig is, kunnen ze heel specifieke opdrachten geven aan die bedrijven. Andere gemeenten hebben minder ervaring met burgerparticipatie. Zij weten soms niet goed waar te beginnen en zien in de bedrijven een partner die de leiding in handen kan nemen. Dat is niet verkeerd. Het kan een eerste stap zijn om ervaring en kennis op te bouwen binnen de gemeente. Maar het moet wel de bedoeling zijn dat een gemeente uiteindelijk zijn eigen koers gaat varen. Als lokaal bestuur blijf je daarom best erg betrokken doorheen het participatieproces. Zo kan je je eigen accenten blijven leggen doorheen het traject; bijvoorbeeld de aandacht voor kwetsbare en moeilijker te bereiken inwoners verankeren.

Waarom vinden jullie het zo belangrijk om burgers te betrekken bij het lokaal beleid?
Joke: De uitdagingen waar we nu voor staan, met de coronacrisis en het klimaatvraagstuk voorop, zijn zodanig complex dat lokale besturen die in hun eentje niet de baas kunnen. Er liggen geen standaardprocedures en generieke oplossingen klaar. Gemeentebesturen zijn dan ook dankbaar voor alle ideeën die opborrelen en alle helpende handen die zich willen engageren.

Iris: Ik denk eigenlijk ook niet dat burgers het nog zouden aanvaarden moest een lokaal bestuur hen simpelweg dicteren hoe het moet. Burgers weten ook wel dat het niet is omdat je verkozen bent, dat je alle oplossingen hebt of alle antwoorden kent. Bovendien treed je als lokaal bestuur op in naam van je inwoners. Het is dan ook maar normaal dat je draagvlak creëert voor wat er beslist en uitgevoerd wordt in de gemeente.

"Je hebt als inwoner het gevoel dat je een belangrijke schakel in de buurt bent. Dat werkt veel beter dan een vermanende vinger."

Joke: Als je van bij het begin investeert in burgerparticipatie, kun je daar trouwens ook tijdens en na de uitvoering van het beleid de vruchten van plukken. Via participatie kan je immers eigenaarschap creëren. Een simpel voorbeeld: als je een buurtpleintje wil herinrichten, betrek daar dan inwoners uit de buurt zelf bij. De kans is groot dat er automatisch meer sociale controle zal zijn en misschien melden er zich zelfs spontaan mensen aan die willen helpen het pleintje proper te houden of er activiteiten willen organiseren.

Iris: Via burgerparticipatie werk je gedeelde verantwoordelijkheid in de hand. Je hebt als inwoner het gevoel dat je een belangrijke schakel in de buurt bent. Dat werkt veel beter dan een vermanende vinger.

Joke: Ook wanneer burgers dicht bij het beleid betrokken zijn, blijft er voor het lokaal bestuur een onmisbare rol weggelegd. Als overheid moeten zij het algemeen belang bewaken en participatie zo breed mogelijk opentrekken. Er zullen altijd mensen zijn die opstaan, die naar het bestuur trekken met adviezen en kant-en-klare oplossingen. Dat is vaak heel goed bedoeld. Maar je moet er toch op letten dat zo’n voorstel de mening van alle inwoners reflecteert en dat er aan alle doelgroepen gedacht is. En ook bij bestaande wetgeving en consequenties voor verschillende beleidsdomeinen moet het lokaal bestuur stilstaan.

Is het vanzelfsprekend dat alle burgers bij het lokaal beleid betrokken worden?
Joke: Het is alleszins niet eenvoudig. Er zijn een aantal doelgroepen die als moeilijker bereikbaar beschouwd worden. Personen in armoede en anderstaligen bijvoorbeeld. En als je analyseert wie er spontaan deelneemt aan een lokaal participatief initiatief, dan merk je dat het om een beperkt deel van de inwoners gaat. Jongeren, laaggeschoolden of personen van buitenlandse afkomst zal je er niet vaak zien. Het zijn meestal vijftigers en zestigers die er vertegenwoordigd zijn.

Iris: Ook ouderen worden soms beschouwd als een moeilijker te bereiken doelgroep. Al denk ik niet dat participatie na een bepaalde leeftijdsgrens per definitie moeizamer verloopt. Opnieuw hangt veel af van de lokale context. Is er een lokale ouderenraad? Zijn er ouderenverenigingen actief? De aanwezigheid van die kanalen kan een invloed hebben. Om alle ouderen aan te spreken kan het wel nodig zijn om ook op aanvullende initiatieven in te zetten. Niet alle ouderen vinden immers spontaan hun weg naar die initiatieven. Dat heeft te maken met kwetsbaarheid. Denk aan personen met dementie of ouderen die intensieve mantelzorg verlenen. Maar evengoed hebben ze de handen vol met andere activiteiten of zijn ze er simpelweg niet in geïnteresseerd.

"Participatie verloopt na een bepaalde leeftijd niet per definitie moeizamer. Veel hangt af van de lokale context."

Joke: Het is aan het lokaal bestuur om ook de stem van die groepen naar boven te brengen. Heel wat gemeenten maken daar werk van. Bijvoorbeeld door te luisteren naar straathoekwerkers, wijkagenten of medewerkers van het sociaal huis. Ik denk ook aan een mooi initiatief uit Gent. Daar liep een groots burgerbegrotingstraject. Via die burgerbegroting konden projecten van inwoners tot 150 000 euro toegekend krijgen. De stad heeft echt haar best gedaan om alle inwoners op een gelijkwaardige manier te betrekken. In de eerste plaats werden de ideeën breed verzameld. Er trok zelfs een burgerbudgetbus rond door de Gentse wijken om mensen aan te spreken en aan te sporen om ideeën voor te stellen. Tijdens de uitwerkingsfase kon elk project rekenen op professionele ondersteuning. Uiteindelijk konden de Gentenaars online stemmen voor hun favoriete project, wie daarbij hulp nodig had kon terecht op tal van nabije locaties. Het project zelf heeft heel wat publiciteit gekregen, maar over alle moeite die gedaan is om zoveel mogelijk inwoners te betrekken, daarover wordt niet met veel toeters en bellen gecommuniceerd."